Conclusies evaluatierapport CGB
8.3
Conclusie
In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies weergegeven in de vorm van actiepunten voor de CGB, wetgever respectievelijk rijksoverheid. Hierbij wordt verwezen naar de paragrafen waarop deze conclusies zijn gebaseerd.
CGB
---------------------------------------------------------------------------------------
■ De CGB zal meer voorlichting geven over haar taken, bevoegdheden en mogelijkheden.
(paragraaf 6.2.3)
■ De CGB gaat de komende jaren nog actiever na in hoeverre haar oordelen en adviezenworden opgevolgd, gaat onderzoeken waarom deze niet worden opgevolgd engaat organisaties vaker aanspreken op niet-naleving. (paragrafen 6.3.3 en 6.6.3)
■ De CGB gaat bezien in hoeverre haar oordelen een meer dwingend karakter kunnenkrijgen, bijvoorbeeld met een aanwijzingsbevoegdheid. (paragraaf 6.3.3)
■ De CGB blijft organisaties stimuleren een oordeel te vragen over eigen handelen.(paragraaf 6.3.3)
■ De CGB zal vaker nagaan of, en zo ja hoe, de rechter haar oordelen betrekt in zijnbesluitvormingsproces. (paragraaf 6.5.3)
■ De CGB zal de rechterlijke macht vragen waarom rechters geen gebruikmakenvan de wettelijke mogelijkheid advies te vragen aan de CGB. De CGB zal deze mogelijkheidmeer onder de aandacht brengen en bovendien wijzen op de mogelijkheidrechters bij te staan bij de beoordeling van de noodzaak prejudiciële vragen stellen
aan het Hof van Justitie van de EG en bij de formulering van die vragen.(paragraaf 6.3.3)
■ De CGB gaat vaker (concrete) aanbevelingen doen om (verboden) onderscheid opte heffen of te voorkomen. (paragraaf 6.3.3)
■ De CGB gaat vaker advies uitbrengen aan andere organisaties dan de wetgever.(paragraaf 6.6.3)
■ De CGB zal met name bij internationale kwesties onderzoeken of zij samen metzusterorganisaties of mensenrechtenorganisaties advies kan uitbrengen.paragraaf 6.6.3)
■ De CGB gaat vaker onderzoek instellen uit eigen beweging en dat onderzoeknauwer afstemmen met andere organisaties. (paragraaf 6.7.3)
■ Bij loononderzoek zal de CGB gebruikmaken van de zogenoemde “quick scangelijke beloning”. (paragraaf 6.7.3)
■ De CGB zal mogelijke conflicten van de adviserende en onderzoekende taak metde oordelende taak voorkomen, onder meer door alle adviezen, onderzoeken enoordelen te publiceren. (paragraaf 7.2.5)
■ De CGB zet zich samen met andere organisaties in voor de ontwikkeling van eenmonitoringsysteem om beter inzicht te krijgen in de ontwikkelingen op het gebiedvan ongelijke behandeling en gerichte acties te kunnen ondernemen om discriminatie
tegen te gaan. (paragraaf 7.4)
---------------------------------------------------------------------------------------
Wetgever
---------------------------------------------------------------------------------------
■ De term “indirect onderscheid” (uit artikel 1, onderdeel c, van de AWGB) moetworden omschreven als “onderscheid op grond van een neutraal criterium,voorschrift of handelen dat personen bijzonder treft in verband met een of meer inde wet genoemde gronden”. (paragraaf 4.2)
■ Het verdient overweging om in het kader van de voorgenomen Integratiewet nate gaan hoe aan leden van een dominante groep, die in een vergelijkbare positieverkeren als de leden van een achtergestelde groep, eenzelfde aanspraak kan worden
gegeven op gelijke behandeling als aan de leden van de achtergestelde groep.(paragraaf 4.4)
■ Het is wenselijk te onderzoeken of (samenleefvorm/alleenstaande als discriminatiegrondmoet worden opgenomen in de AWGB. (paragraaf 4.7)
■ Het is wenselijk (alsnog) te onderzoeken welk overheidshandelen wel respectievelijkniet onder de reikwijdte van de AWGB moet vallen en in hoeverre het bereikvan deze wet moet worden uitgebreid tot meer vormen van overheidshandelen.
Deze onderzoeken zouden gericht moeten zijn op de voorgenomen Integratieweten de algemene maatregel van bestuur waarmee de regering wil vaststellen watmoet worden verstaan onder sociale bescherming zoals bedoeld in artikel 7a van deAWGB. (paragraaf 5.2)
■ Het is wenselijk te onderzoeken in welke omstandigheden de gelijke behandelingsnormook voor verenigingen een verplichting bevat (ook bij zuivere interneverenigingsaangelegenheden, zoals statuten). Hierbij kan worden gedacht aan eenuitbreiding van artikel 6a AWGB, bijvoorbeeld met het oog op de verplichtingen dievoortvloeien uit het VN-Vrouwenverdrag. (paragraaf 5.4 en 8.2.1)
■ Artikel 2 lid 3 van de AWGB zou zo moeten worden gewijzigd dat voorkeursbehandelingis toegestaan voor alleiscriminatiegronden uit de wet, mits er sprake isvan een structurele achterstelling. Daarbij moet het voorkeursbeleid symmetrischworden geformuleerd. (paragraaf 5.6)
---------------------------------------------------------------------------------------
Rijksoverheid
---------------------------------------------------------------------------------------
■ De overheid moet meer voorlichting geven over de gelijkebehandelingswetgevingen de mogelijkheid om klachten in te dienen wegens (vermeende) discriminatie.(paragraaf 6.2)
■ Het is wenselijk om (periodiek) te onderzoeken in welke mate (de vrees voor)victimisatie optreedt bij slachtoffers van discriminatie die een gerechtelijke procedurebeginnen. (paragraaf 6.2)
■ Het is wenselijk te onderzoeken waarom een groot aantal oordelen over de grondgeslacht niet worden opgevolgd. (paragraaf 6.3.3)
■ De CGB bepleit een sterke regisserende rol van rijksoverheid om het voortbestaan(en versterking) van de bestaande infrastructuur voor discriminatiebestrijding tewaarborgen. (paragraaf 7.4)
■ De heffing van griffierechten bij de CGB moet niet worden ingevoerd.(paragraaf 7.3.3)
-----------------------
- login om te reageren







